Oefening 3 woordenschat familie

Combineeroefening

Zoek bij elke zin de juiste persoon van de familie.
de vader van jouw vader
de moeder van jouw vader
de zus van jouw moeder
de broer van jouw moeder
de man van jouw zus
de vrouw van jouw broer
de dochter van jouw tante
de zoon van jouw oom
de dochter van jouw kind
de zoon van jouw kind
moeder en vader
de moeder van je grootvader
de dochter van je ouders
de man van je moeder
de zoon van je ouders